vrijdag 11 augustus 2017

Wandeling in de Morvan (Bourgogne) vanuit Rouvray

Tijdens mijn korte vakantie in de Bourgogne maakte ik een wandeltocht door het Parc regional du Morvan. Ik startte vanuit Rouvray, een plaatsje in het departement Cote-d’or, gelegen tussen Auxerre en Dijon. Ik wandelde naar Saint-Leger-Vauban, het geboortedorp van Vauban en daarna terug naar Rouvray. Onderweg kreeg ik enkele stevige kuitenbijters te verwerken, waarna telkens weer een afdaling volgde naar een kabbelend beekje of riviertje . Het was echter vooral genieten van het mooie, heuvelachtige bocagelandschap en de vergezichten van deze groene en bosrijke streek in het hart van de Bourgogne.
Mijn foto’s: Rouvray 11 augustus 2017









dinsdag 1 augustus 2017

van Bollezeele naar Rubrouck via de GR Ijzer (GR130)

Een stukje GR130 (GR Ijzer) vanuit Bollezeele via Merckeghem naar Rubrouck.

Er was voldoende plaats om de auto te parkeren op het grote kerkplein van Bollezeele voor de Sint-Wadrillekerk. Ik volgde eerst een tweetal km een stukje GR dat ik kende van mijn vorige tocht vanuit Esquelbecq (zie verslag) tot bij de drukke weg van Bourbourg naar Cassel. Wat verder deed de “chemin du Couvent” mij afdalen naar de vallei van de Hollandbeek tot bij het gehucht “het Pantgat”. Aan mijn linkerkant boven op de heuvel stond de kerk van Bollezeele en voor mij lag een beboste heuvelrug met het kerkje van Merckeghem er boven.
Het GR-pad vervolgt bij Pantgat een poosje zijn weg door de lager gelegen vlakte. Daarna gaat het linksaf en omhoog naar Merckeghem. De deur van het randocafé “A la botte du lin” stond open en ik nam er een korte pauze. Aan de gevel naast de deur hangt een geel bordje met de benaming in het Vlemsch: “Herberge in de Vlasboote”. Ik ben hier dus duidelijk in Frans-Vlaanderen. De GR loopt verder via de hoofdstraat van het dorpje, de weg van Bollezeele naar Watten, en daalt daarna af tussen de bomen via een graspad. Ik waande me hier eventjes in het West-Vlaamse Heuvelland of de Vlaamse Ardennen.
Bollezeele en Merckeghem liggen boven op een heuvelrug, die de scheidingslijn vormt tussen de Ijzervallei en het Houtland aan de ene kant en de vlakke polders, het Blootland, langs de andere kant. Ooit, heel lang geleden, kwam de zee tot aan de voet van deze heuvel. Bijna onmiddellijk na de afdaling volgde opnieuw een klimmetje door een strookje bos tot bij de watertoren boven op de Galgeberg, het hoogste punt van de GR Ijzer.
Het GR-pad zette vervolgens koers richting Rubrouck. Ik passeerde eerst een kleine camping bij een boerenhof en bereikte een bruggetje over de Ijzer in de “Cappelle Straete”. De Ijzer is hier amper een beekje en zoekt zich een weg door het landschap. Nog een kleine bult over en voor mij lag Rubrouck. Net voor de eerste huizen verliet ik de GR130 en wandelde tot bij het kerkje.
Rubrouck is vooral bekend door Willem van Rubroek , de Vlaamse ontdekkingsreiziger en missionaris, die in de 13 de eeuw via het Midden-Oosten naar Mongolië doorreisde en van dit exploot in het Latijn een reisverslag neerpende. In 2011 maakten ik reeds kennis met het dorpje en het “Circuit des Mares” (zie mijn verslag). Achter het estaminet van Patricia Thoorens stond toen een Mongoolse Yurt opgesteld, die we konden bezichtigen. Ditmaal was het café “’t Huus van de Metsenaere” helaas gesloten. Na een ommetje rond het dorpje, begon ik aan de terugweg naar Bollezeele over de kaarsrechte “route de Bourbourg” en via het gehucht “t Hofland”. Bij het kapelletje en de “source Notre-Dame” kwam ik opnieuw op het GR-pad en wat later de marktplaats van Bollezeele.
In het dorp zijn er nog een drietal horeca-zaken waarvan enkel het café “aux Musiciens” open was. Veel keuze om de wandeling door te spoelen met een frisse pint had ik dus niet. Ik had nog een kleine babbel met de patron en patrones. Zij gaf mij nog enkele tips voor een later bezoek aan de regio.
De volgende etappe vanuit Rubrouck zal mij tot bij de bron van de Ijzer brengen in Buysscheure.
zie ook mijn blog: www.wandelblogdidierreynaert.be










zaterdag 15 juli 2017

GR: Ijzer (GR130) van Esquelbecq tot Bollezeele

Vervolg GR130 (GR Ijzer) door Frans- Vlaanderen: van Esquelbecq tot Bollezeele. Ik stapte terug via Zegerscappel.
Ik volgde verder de GR130 door Frans-Vlaanderen vanuit het boekendorp Esquelbecq tot eventjes voorbij Bollezeele. In Esquelbecq maakt het GR-pad eerst een ommetje via de “Mairie”, gelegen midden in een arboretum en de Britse soldatenbegraafplaats: “Esquelbecq Military Cemetery”. Bij het stationnetje ging het daarna in de richting van het gehucht “La Cloche” op het grondgebied van Zegerscappel. Hier staat langs de “Romeinse weg” vanuit Cassel een kapel gewijd aan Sint Bonaventure. Via de Chemin de la Cloche en de Rue du Peenhof loopt de GR130 verder door de Ijzervallei, parallel aan het riviertje richting Erkelsbrugge. De Ijzer is hier in feite niet veel meer dan een beek. Onderweg merkte ik de kerktoren op van Zegerscappel. Vanuit het gehucht Erkelsbrugge stapte ik verder naar Bollezeele. De boer had hier het GR-pad gewoon ingezaaid want het liep dwars door het korenveld. Op weg naar Bollezeele nabij de Ijzer passeerde ik nog een kapelletje bij een waterbron: de Source Notre Dame.
In het “Café du Centre” op de plaats van Bollezeele stopte ik een eerste maal en bestelde er een “grote” koffie. De GR had ondertussen de Ijzervallei verlaten en ik genoot van het panorama over de lager gelegen velden en akkers. Alhoewel ik wist dat Bollezeele amper op een boogscheut van de Franse kust lag, was ik toch verrast dat ik in het noorden de torens van de haven van Duinkerke en de kerncentrale van Gravelinnes kon zien. In het Zuidoosten lag het stadje Cassel boven op de heuvel. Wat verder verliet ik het traject van de GR Ijzer en begon aan mijn terugweg via Zegerscappel. Het kleine dorpje heeft het label “Village Patrimoine” en er zijn nog enkele mooie gebouwen uit het verleden te bewonderen: zoals onder andere de Sint-Omaarskerk en de Manoir d’Orval. Op weg naar Esquelbecq passeerde ik langs de “Romeinse Weg”  nog de camping Groene Veld. In de kantine genoot ik van een frisse pint. Een halfuurtje later bereikte ik opnieuw Esquelbecq. De Picon vin blanc had ik dik verdiend.
Mijn fotoreportage: Esquelbecq 15 juli 2017









zaterdag 24 juni 2017

24 juni 2017: Lécluse-Arras (28 km)

We namen de trein van Arras naar Douai en vanuit Douai namen we dan de bus naar Lécluse.
Aangezien de vroegste bus vanuit Douai naar Lécluse pas vertrok om 12h22, moesten we in Arras pas iets na elf uur de trein naar Douai nemen. We parkeerden onze wagen onmiddellijk bij het eindpunt van de tocht aan de boorden van de Scarpe in het noorden van Arras (Saint-Nicolas) en namen ruim de tijd om door de binnenstad van Arras naar het station te wandelen en de stad te verkennen. Op zaterdag is het marktdag in Arras en er was dus heel wat volk. Dit was mijn eerste kennismaking met de hoofdstad van het departement Pas-de-Calais en de eerste indruk was heel positief: een warme, gezellige stad met enkele mooie pleinen: Place des Héros en Grand’Place en zeker niet te vergeten: het stadhuis en Belfort.
We startten onze tocht dus pas om halftwee in Lécluse in de vallei van de Sensée. Via Sailly-en-Ostrévent stapten we naar Boiry-Notre-Dame. Onderweg passeerden we “Les Bonnettes”: een mysterieuze plek. Boven op een kleine bult in het landschap tussen Sailly en Boiry-Notre-Dame staan hier een aantal in een ronde opgestelde stenen. Stonehenge in miniatuur? Ik herinnerde me deze plek van een tocht uit 2012 (zie verslag).
In Boiry-Notre-Dame pauzeerden we eventjes in het café van de camping. Via een mooie veldweg ging het daarna bergop naar het wat hoger gelegen Monchy-le-Preux. In het dorpje staat een “Caribou” ter ere van de “Newfoundlanders” die hier in de omgeving sneuvelden tijdens de eerste Wereldoorlog. Ik vind het alleszins een prachtig gedenkteken en monument : een trotse kariboe van brons boven op een rots. Wat verderop tussen de velden liggen enkele Britse militaire begraafplaatsen, de eerste zichtbare littekens van de oorlog die we passeerden langs de GR121. Monchy-le-Preux ligt op een heuvel in de vallei van de Sensée en de Scarpe op amper tien kilometer van Arras en was dus strategisch belangrijk. Tijdens de oorlog woedde er een hevige stijd rond Arras, dat het hard te verduren kreeg en bijna volledig werd vernield. Voor ons beneden in de vallei van de Scarpe zagen we het kerkje van Fampoux. We passeerden eerst nog de drukke autoweg A1 (Lille-Paris) en de TGV-lijn richting Paris.
Vanuit Fampoux stapten we langs de oevers van de Scarpe naar Arras via Athies en Saint-Laurent-Blangy.










zaterdag 17 juni 2017

17 juni 2017: Montigny-en-Ostrévent - Lécluse



17 juni 2017: Montigny-en-Ostrévent – Lécluse (FR) (GR121) (30 km)

Om 6h39 busje in Lecluse naar Douai en dan vanuit Douai de trein naar Montigny-en-Ostrevent. De chauffeur zette ons af bij het station alhoewel dit geen officiële halte was van deze buslijn. Mijn fototoestel had ik op de bus vergeten. Dus heb ik dan maar foto’s genomen met de smartphone. In Montigny eerst een koffietje in de bar/tabac bij het station en dan op weg.
Vanuit Montigny-en-Ostrévent wandelden we eerst in zuidelijke richting via Lewarde en Bugnicourt tot Aubigny-au-Bac. In Lewarde lieten we definitief de mijnstreek van “le Nord” achter ons. De GR121 passeert niet tot bij het “Centre historique Minier” maar wij verlieten toch eventjes het GR-pad om tot bij deze site te komen. Ik had een vreemd gevoel om deze vroegere mijnsite te ontdekken in een vredige, agrarische regio ver weg van de cités van Arenberg en Pecquencourt.  Merkwaardig is dat de mijnstreek in het noorden van Frankrijk zich van Bruay (in het westen) uitstrekte tot Valenciennes (in het oosten) over een lengte van 120 kilometer, maar slechts over een smalle breedte van maximum 12 kilometer.
In Aubigny-au-Bac stapten we dan westwaarts door de groene “vallei van de Sensée” via Palluel naar Lécluse. Dit is een mooie, groene regio en een waterrijk gebied met heel wat moerassen, vijvers en kanalen en dus een geliefkoosd terrein voor sportvissers. Rond deze vijvers en moerassen liggen heel wat campings met caravans en chalets met een bijwijlen slordige aanblik. Deze regio, gelegen tussen Douai en Cambrai hadden we eigenlijk al  meermaals bewandeld (zie vallée van de Sensée).